ECLI:NL:GHAMS:2019:3231
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt recht op gedeeltelijke transitievergoeding bij substantiële vermindering arbeidsduur
Het geschil betreft de vraag of [appellante] recht heeft op een transitievergoeding na een gedeeltelijke beëindiging van haar arbeidsovereenkomst met SIPOR, waarbij haar arbeidsduur en functie substantieel werden verminderd.
De kantonrechter had geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst niet was beëindigd maar voortgezet onder gewijzigde voorwaarden, waardoor geen transitievergoeding toekwam. Het hof stelt echter vast dat door een structurele en substantiële vermindering van twintig procent van de arbeidsduur sprake is van een gedeeltelijke beëindiging, waaruit recht op een evenredige transitievergoeding voortvloeit.
De functiewijziging leidde tot een lager salaris, maar het hof achtte de arbeidsovereenkomst in aangepaste vorm voortgezet, zodat geen volledige transitievergoeding toekomt. Het hof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de vraag of een substantiële en structurele salarisvermindering gelijkgesteld moet worden aan een vermindering van arbeidsduur voor de toekenning van een transitievergoeding.
De zaak is verwezen voor nadere behandeling en partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de prejudiciële vragen. De beslissing bevestigt het belang van de transitievergoeding bij gedeeltelijke beëindiging en opent de discussie over salarisvermindering als grond voor vergoeding.
Uitkomst: Het hof kent een gedeeltelijke transitievergoeding toe wegens substantiële vermindering van arbeidsduur en verwijst prejudiciële vragen over salarisvermindering naar de Hoge Raad.