Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.De ouders hebben ieder afzonderlijk eenmaal per acht weken omgang met [kind A] (al dan niet onder begeleiding van pleegzorg en de pleegmoeder), waardoor [kind A] om de vier weken één van zijn ouders ziet.