Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverwegingen
stillsis het hof tot de conclusie gekomen dat de – ter terechtzitting in hoger beroep verschenen – verdachte de overvaller die om 6.13 en 6.15 uur als eerste het clubgebouw betrad en in het donker was gekleed, goed kan zijn geweest. Daarbij is gekeken naar de gelaatstrekken van de dader, die om 6.13 uur met zijn gezicht in de richting van de camera kijkt, en diens tengere postuur, overeenkomend met dat van de verdachte.
- een half uur voordat [naam 5] de portiekdeur voor hem openmaakte, de verdachte aan [medeverdachte 1] heeft gevraagd: “Mag die man van dat ding afweten? Mag die ervan af weten of moet ik die andere man weg laten gaan?” en er geen enkele concrete aanwijzing is dat met ‘die andere man’ iemand anders is bedoeld dan [naam 5];
- de verdachte tegen [medeverdachte 1] in dat gesprek heeft gezegd: “Ik zeg je van die [naam 6]. We kunnen eruit komen. Er is geen enkele camera” en even later “Ik ga die mannen [
het hof begrijpt: de politie] niks zeggen van die [naam 6] hoor. Ik heb die man niet gezien, ik ken die man niet. Het is mijn woord tegen zijn woord”, waarop [medeverdachte 1] heeft gereageerd met de tekst: “Ons verhaal moet krachtiger zijn dan die van hem. Mijn verhaal was van … ik heb die plek geregeld, die binnentuin, voor een zakelijke bespreking”;
Bewezenverklaring
bestonduit het uitvoeren van bovengenoemde misdrijven, het onderhouden van (telefonische) contacten met zijn mededaders, het maken van afspraken met zijn mededaders, het doorgeven van berichten aan zijn mededader(s) en/of het verrichten van voorverkenningen.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Beslag
Vorderingen van de benadeelde partijen
Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de verdachte niet-ontvankelijkin het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissingen ter zake van het
in zaak A onder 2 en in zaak B onder 1 en 2ten laste gelegde.
officier van justitie niet-ontvankelijkin het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het
in zaak A onder 2ten laste gelegde.
in zaak B onder 1 primair en 1 subsidiairten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachte daarvan vrij.
in zaak A onder 1, 3 en 4 en in zaak B onder 2ten laste gelegde heeft begaan.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren en 10 (tien) maanden.
- een heuptas (5004978);
- een toilettas (5004985);
- een sporttas (5004986).
- een micro SD-kaart (5004909);
- een horloge (4965493).
- een computertas (4970655);
- een bril (4994493);
- een brief (5245730);
- een foto (5245732).
- kopieën van identiteitsbewijzen (5004940);
- een microsimkaart (5004897);
- een mobiele telefoon (5004876).
benadeelde partij [slachtoffer 2]ter zake van het in de zaak A onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro
)ter zake van
immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00(duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
benadeelde partij [slachtoffer 4]ter zake van het in zaak A onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 2.915,21(tweeduizend negenhonderdvijftien euro en eenentwintig cent)
bestaande uit € 1.915,21(duizend negenhonderdvijftien euro en eenentwintig cent)
materiële schade en € 1.000,00(duizend euro)
immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
[slachtoffer 6]in de vordering tot schadevergoeding
niet-ontvankelijk.