ECLI:NL:GHAMS:2019:3148
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 7 augustus 2018 in meerdere strafzaken tegen de verdachte. Tijdens de terechtzitting van 24 juli 2019 is vastgesteld dat namens de verdachte geen schriftelijke grieven zijn ingediend en ook geen mondelinge bezwaren zijn opgegeven tegen het vonnis. Daarnaast bleek er geen rechtens te respecteren belang te bestaan bij het doen van verder onderzoek in de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters P.F.E. Geerlings, H.A. van Eijk en M.R. Cox. De griffier C.N. Aalders was eveneens aanwezig. Mr. M.R. Cox was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.