ECLI:NL:GHAMS:2019:3147
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 24 juli 2019 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 24 mei 2018. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats, had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Tijdens de terechtzitting heeft het hof vastgesteld dat er geen schriftelijke grieven zijn ingediend door of namens de verdachte, noch zijn er mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
Het hof heeft ook geen ander rechtens te respecteren belang kunnen vaststellen dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.
Deze beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft. De procedure is hiermee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.