ECLI:NL:GHAMS:2019:304
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.C. Schenkeveld
- A.N. van de Beek
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vaststelling en voorlopige voorziening alimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 2015 in Marokko gehuwd en hebben een korte periode samengewoond in Nederland. De rechtbank Noord-Holland sprak op 15 augustus 2018 de echtscheiding uit en bepaalde dat de man huurder blijft van de echtelijke woning. De vrouw kwam in hoger beroep tegen een deel van deze beschikking en verzocht om vaststelling van een alimentatie-uitkering van € 1.000 per maand, alsmede om een voorlopige voorziening.
De man betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek en voerde aan dat de vrouw geen grieven tegen de echtscheiding had gericht en dat de samenwoning te kort was om een onderhoudsplicht te rechtvaardigen. Het hof oordeelde dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep voor zover dit gericht was tegen de echtscheiding, maar ontvankelijk in haar verzoek om alimentatie. Echter, zij heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij behoefte heeft aan een bijdrage in haar levensonderhoud.
De vrouw kon niet aantonen hoe zij in haar levensonderhoud voorzag tijdens de periodes dat zij in Marokko verbleef en gaf geen informatie over haar scholing, opleiding of werkervaring. De man verdient € 3.000 netto per maand. Gezien de onvoldoende onderbouwing van de behoefte aan alimentatie, wees het hof zowel het verzoek tot vaststelling van alimentatie als het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling en voorlopige voorziening alimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van behoefte.