ECLI:NL:GHAMS:2019:3014
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van poging tot zware mishandeling. De zaak draaide om een conflict in een auto waarbij de aangever verklaarde dat verdachte hem met een mes had gestoken en een kopstoot had gegeven, waarna hij zich uit de rijdende auto had laten vallen. De verdachte betwistte dit en stelde dat de aangever het mes had getrokken en hij slechts het been van de aangever had geraakt tijdens een worsteling.
De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf en taakstraf, stellende dat het verhaal van de aangever aannemelijker was. Het hof overwoog echter dat de verklaringen op wezenlijke punten lijnrecht tegenover elkaar stonden en dat de feitelijke gang van zaken niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld. Hierdoor kon het strafbare karakter van het handelen van de verdachte niet worden bewezen.
Het hof oordeelde dat de door de advocaat-generaal aangevoerde argumenten onvoldoende objectief en overtuigend waren om de lezing van de aangever zonder meer aan te nemen. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Het arrest bevestigt het vonnis van de rechtbank met deze gewijzigde overweging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs.