Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
The company has the intention to move the Employee to the United States of America in the summer of 2019. Once the Employee will have residence in the United States of America, the Contract of Employment will be changed from [X] BV to a Contract of Employment to [X] LLC.Verder bepaalt artikel 2.1 onder het kopje ‘2. Duration of the Contract of Employment, probationary period and notice’:
One month prior to the end of the Contract of Employment by operation of law, the Company will inform the Employee in writing whether the Company would like to continue the Contract of Employment and if so, under which conditions.
The exact location of the USA HQ is to be decided in a later stage.
.Verder moet onder meer worden onderzocht of de vrouw in het verleden enige wetsovertreding heeft begaan. Niet duidelijk is of en zo ja, in hoeverre de visumproblemen die de vrouw in 2006 heeft ondervonden en waardoor zij zich gedurende tien jaar niet in de VS mocht vestigen, van invloed zijn. De vrouw heeft ter zitting verklaard dat dit geen invloed zal hebben, dat zij destijds (in 2006) langer in de VS heeft verbleven dan haar visum toeliet, dat dit is veroorzaakt door een computerfout en dat zij daarvoor excuses van het consulaat heeft gekregen. Op verdere vragen daarover ter zitting heeft zij geantwoord dat zij geen bezwaar heeft gemaakt tegen het vestigingsverbod, omdat zij toen toch geen geld had om naar de VS te gaan, dat haar in die periode nooit officieel de toegang tot de VS is geweigerd, dat de Amerikaanse autoriteiten hebben afgezien van dat verbod en dat zij in 2013 met een werkvisum voor korte tijd in de VS heeft verbleven. Het hof constateert dat de verklaringen van de vrouw met betrekking tot de (oorzaak van) de visumproblemen en het vestigingsverbod niet met stukken of anderszins zijn onderbouwd, zodat niet valt na te gaan of deze juist c.q. volledig zijn. Mr. Lake rept in zijn verklaring op geen enkele wijze over deze kwestie, zodat niet duidelijk is of hij hiervan op de hoogte was en hiermee rekening heeft gehouden. Aan zijn constatering dat de vrouw het betreffende antecedentenonderzoek al eerder met goed gevolg heeft doorlopen, gaat het hof voorbij, omdat hij daarbij kennelijk doelt op een onderzoek in het verleden, voordat de visumproblematiek zich in 2006 voordeed.