ECLI:NL:GHAMS:2019:2914
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M. van der Nat
- C. Fetter
- M.J. Dubelaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens niet-naleving bijzondere voorwaarden
De veroordeelde werd in 2016 door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 540 dagen, waarvan 400 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder meldplicht bij de reclassering en behandeling door een forensische zorginstelling.
In juni 2019 verzocht het Openbaar Ministerie het hof om de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf te gelasten wegens niet-naleving van deze bijzondere voorwaarden. De reclassering had geadviseerd dat de veroordeelde zich niet aan de meldplicht hield en niet wilde deelnemen aan de behandeling.
Tijdens de terechtzitting verklaarde de veroordeelde dat hij in het verleden wel contact had met de reclassering, zijn studie bijna had afgerond en bereid was de voorwaarden alsnog na te leven. De reclasseringswerker bevestigde dat eerdere contacten waren geweest en dat hij het toezicht wilde voortzetten indien de veroordeelde daartoe bereid was.
Het hof oordeelde dat het advies van de reclassering onvolledig was omdat het eerdere contacten en medewerking niet vermeldde. Gezien de bereidheid van de veroordeelde om mee te werken en het ontbreken van dringende redenen tot tenuitvoerlegging, wees het hof de vordering af.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt afgewezen omdat de veroordeelde bereid is de bijzondere voorwaarden alsnog na te leven.