Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
3. DE PERSONEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK AAN DE [adres] EN WAARVAN DE NAMEN ONBEKEND ZIJN,
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met een productie;
- memorie van antwoord in incidenteel appel.
2.De feiten
grief 1 in incidenteel appelover klagen dat “enkele genoemde feiten” onjuist zijn weergegeven, hebben zij nagelaten duidelijk te maken op welke feiten zij het oog hebben, zodat het hof die klacht verder onbesproken laat. Voorts wordt reeds hier opgemerkt dat [geïntimeerden sub 1 en sub 2] weliswaar betwisten dat de door Eigen Haard gehanteerde Algemene Voorwaarden voor woonruimte van 15 december 2003 op na te noemen huurovereenkomst van toepassing zijn, maar dat het hof aan deze betwisting voorbijgaat omdat deze onvoldoende feitelijk is toegelicht tegen de achtergrond van het feit dat in de huurovereenkomst de toepasselijkheid van genoemde algemene voorwaarden en de ontvangst ervan door huurder uitdrukkelijk is vermeld en de huurovereenkomst, inclusief deze passage, door [geïntimeerde sub 1] is ondertekend. De vastgestelde feiten zijn (voor het overige) niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt.
3.De beoordeling
grief 2 in incidenteel appelte behandelen. Deze grief houdt in dat de kantonrechter ten onrechte niet heeft geoordeeld dat – naar het hof begrijpt – de drie onder 3.1 vermelde huisbezoeken van Eigen Haard op onrechtmatige wijze hebben plaatsgevonden. Volgens [geïntimeerden sub 1 en sub 2] heeft Eigen Haard een onrechtmatige inbreuk gemaakt op hun in art. 8 EVRM Pro en (lees:) art. 12 Grondwet Pro verankerde huisrecht omdat er geen redelijke grond was voor de huisbezoeken en zij Eigen Haard daarvoor geen toestemming hebben gegeven. De door Eigen Haard uit de huisbezoeken opgedane bevindingen dienen daarom uit het oogpunt van
‘fair trial’(als vruchten van het onrechtmatig handelen van Eigen Haard) buiten beschouwing te worden gelaten, zo voeren [geïntimeerden sub 1 en sub 2] aan.
grief II in principaal appelbetoogt Eigen Haard dat de kantonrechter ten onrechte de door Eigen Haard op grond van artikel 10 lid 6 AV Pro gevorderde boete van € 4.500,= heeft afgewezen. De grief faalt. Weliswaar is komen vast te staan dat [geïntimeerde sub 1] ten aanzien van de woning, kort gezegd, de boel de boel heeft gelaten en daarmee in haar (zorg)verplichtingen ten aanzien van de woning is tekortgeschoten, maar onvoldoende is komen vast te staan dat [geïntimeerde sub 1] (zelf) de woning “ter voortdurende bewoning” aan derden heeft afgestaan in de zin van genoemd artikel.
grief 1 in incidenteel appel, voor zover eveneens gericht tegen de kostencompensatie in eerste aanleg en strekkende tot een kostenveroordeling van Eigen Haard in die instantie, faalt.