ECLI:NL:GHAMS:2019:2861
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtberekening met schulden
Partijen hadden een relatie en zijn ouders van een minderjarige geboren in 2011. Na hun relatiebreuk is de man verplicht tot betaling van kinderalimentatie. De rechtbank had een bijdrage van €167 per maand vastgesteld, terwijl de vrouw €250 vroeg en de man een lagere bijdrage wenste.
In hoger beroep heeft het hof de behoefte van het kind vastgesteld op €267 per maand, waarbij rekening is gehouden met het netto gezinsinkomen en een redelijke vermindering wegens schuldenlast. De draagkracht van de man is berekend aan de hand van zijn fiscaal loon in 2018, waarbij een forfaitaire verhoging van het draagkrachtloos inkomen met €100 per maand is toegepast vanwege aflossingen op schulden die niet verwijtbaar zijn.
De vrouw ontvangt een bijstandsuitkering en wordt geen verdiencapaciteit toegedicht. De zorgkorting is vastgesteld op 25% vanwege de omgangsregeling. Het tekort in draagkracht wordt gelijkelijk verdeeld, wat leidt tot een bijdrage van €176 per maand door de man. Het verzoek van de man om voorwaardelijke reiskostenvergoeding bij verhuizing wordt afgewezen wegens onzekerheid over verhuizing. Het hof wijst ook het verzoek om aanvullende financiële stukken van de vrouw te verkrijgen af.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2018 een kinderalimentatiebijdrage van €176 per maand betalen.