ECLI:NL:GHAMS:2019:2737
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing van alimentatiebeschikkingen in hoger beroep
De man heeft bij het Gerechtshof Amsterdam verzocht om de werking van twee beschikkingen van de rechtbank Amsterdam, die hem verplichten alimentatie te betalen aan zijn minderjarige en jongmeerderjarige kinderen, te schorsen. Hij stelde dat hij door loonbeslag en executie van de beschikkingen in financiële problemen zou komen en dat er sprake zou zijn van een restitutierisico.
De vrouw en de jongmeerderjarige hebben verweer gevoerd tegen deze verzoeken en verzochten de man niet-ontvankelijk te verklaren of het verzoek af te wijzen, met veroordeling in de proceskosten. Het hof overwoog dat schorsing alleen mogelijk is indien voortgezette tenuitvoerlegging misbruik van executiebevoegdheid oplevert, bijvoorbeeld bij een juridische of feitelijke misslag of bij een dreigende noodtoestand.
De man heeft onvoldoende concreet en met bewijs onderbouwd dat hij in een noodtoestand verkeert of dat de beschikkingen op een misslag berusten. Zijn stelling over loonbeslag werd niet ondersteund door salarisstroken of andere stukken. Ook het gestelde debiteurenrisico werd niet nader toegelicht. Daarom wees het hof de verzoeken af en reserveerde de beslissing over proceskosten tot de hoofdzaak.
De beschikking is op 23 juli 2019 door het hof in het openbaar uitgesproken door de voorzitter, mede namens de andere rechters.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de alimentatiebeschikkingen af wegens onvoldoende onderbouwing.