ECLI:NL:GHAMS:2019:2711

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2019
Publicatiedatum
24 juli 2019
Zaaknummer
200.250.421/01 en 200.254.925/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810a RvArt. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator en aanhouding zaak ondertoezichtstelling minderjarige

In hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige heeft het Gerechtshof Amsterdam op 16 juli 2019 een bijzondere curator benoemd. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen de verlenging en verzocht tevens om een deskundigenonderzoek en contra-expertise.

Tijdens de mondelinge behandeling was de moeder niet verschenen. De bijzondere curator, reeds benoemd in eerste aanleg, werd gevraagd haar taak voort te zetten en advies uit te brengen over het belang van de minderjarige bij de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

Het hof besloot de zaak aan te houden totdat het verslag van de bijzondere curator is ontvangen, waarna verdere beslissingen zullen volgen. Alle betrokken partijen dienen medewerking te verlenen aan het verkrijgen van relevante informatie voor het verslag.

Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator en houdt de zaak aan tot ontvangst van haar verslag.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie -en jeugdrecht)
zaaknummers: 200.250.421/01 en 200.254.925/01
zaaknummers rechtbank: C/15/273340 / JU RK 18/773 en C/15/280869 JU RK 18-2019
beschikking van de meervoudige kamer van 16 juli 2019 inzake
[voornamen] [achternaam Y],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. P.A.J. van Putten te Alkmaar,
en
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de GI.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
- de minderjarige [zoon] [achternaam X] , geboren [in] 2017 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige] );
- de heer [voornamen] [achternaam X] (hierna: [X] ).
In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming Haarlem
hierna te noemen: de raad.

1.Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland (Alkmaar) (hierna te noemen: de rechtbank) van 25 oktober 2018, uitgesproken onder zaaknummer C/15/273340 / JU RK 18/773, en van 29 november 2018, uitgesproken onder zaaknummer C/15/280869 JURK 18-2019.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
De moeder is op 28 november 2018 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 25 oktober 2018 (zaaknummer 200.250.421/01) en op 19 februari 2019 van de beschikking van 29 november 2018 (zaaknummer 200.254.925/01).
2.2
De GI heeft op 21 maart 2019 een verweerschrift ingediend in de zaak met zaaknummer 200.254.925/01.
2.3
De gelijktijdige mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgevonden op 20 juni 2019.
Verschenen zijn:
- mr. N. Groen, advocaat te Almere, als waarnemer van de advocaat van de moeder;
- de GI, vertegenwoordigd door de gezinsmanager;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw D.M. van Dijk;
- mr. E.F.E. Hoekstra, advocaat te Heerhugowaard, die in eerste aanleg was benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige [zoon] [achternaam X] .
De moeder en [X] zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

3.De omvang van het geschil

3.1
Bij de bestreden beschikking zijn de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 15 december 2019. Het verzoek van de moeder om op grond van artikel 810a tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een onafhankelijk deskundigenonderzoek naar haar opvoedvaardigheden en mogelijkheden tot terugplaatsing van [de minderjarige] te gelasten, is afgewezen.
3.2
De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, de verzoeken van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg af te wijzen, dan wel de machtiging uithuisplaatsing te beperken tot de duur van zes maanden. Voorts verzoekt zij een contra-expertise ex artikel 810a Rv te gelasten en in afwachting daarvan de behandeling in hoger beroep aan te houden.
3.3
De GI verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4.De motivering van de beslissing

4.1
Het hof heeft de mondelinge behandeling van de zaken ter zitting op 20 juni 2019 aangehouden, aangezien de moeder niet was verschenen. Mr. E.F.E. Hoekstra, ter zitting aanwezig, is door de rechtbank benoemd om als bijzondere curator voor [de minderjarige] op te treden en de rechtbank te adviseren ten aanzien van de verzochte (verlengingen van de) ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] . Het hof wenst in hoger beroep eveneens hieromtrent geadviseerd te worden en acht het daarom van belang dat mr. Hoekstra haar werk als bijzondere curator voortzet. Mr. Hoekstra heeft zich daartoe bereid verklaard. Zoals ter zitting besproken zal het hof daarom thans overgaan tot benoeming van laatstgenoemde tot bijzondere curator over [de minderjarige] voor de duur van beide procedures in hoger beroep (zaaknummers 200.250.421/01 en 200.254.925/01).
Alle betrokkenen dienen hun medewerking te verlenen aan het verkrijgen van alle door de bijzondere curator relevant geachte informatie. De bijzondere curator mag daartoe ook derden benaderen. De bijzondere curator wordt verzocht uiterlijk één week voor de nader te bepalen zittingsdatum aan het hof schriftelijk verslag uit te brengen naar aanleiding van de hierna te noemen vraag, met afschrift daarvan aan partijen.
4.2
In afwachting van de nader te bepalen zitting en het verslag van de bijzondere curator wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

5.De beslissing

Het hof:
benoemt, alvorens verder te beslissen, voor de duur van beide procedures in hoger beroep (zaaknummers 200.250.421/01 en 200.254.925/01) tot bijzondere curator als bedoeld in artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek over de minderjarige [zoon] [achternaam X] :
Mevrouw mr. E.F.E. Hoekstra
J. Duikerweg 17
1703 DH HEERHUGOWAARD;
verzoekt de bijzondere curator verslag uit te brengen ten aanzien van de volgende vraag:
- Wat vergt het belang van [de minderjarige] ter zake van de verzoeken tot (verlenging van de) ondertoezichtstelling en tot (verlenging van de) uithuisplaatsing tot 15 december 2019?
verzoekt de bijzondere curator het verslag uiterlijk één week voor de nader te bepalen zittingsdatum aan het hof en aan partijen toe te sturen;
houdt de behandeling van de zaak aan tot een nader te bepalen zittingsdatum;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.V.T. de Bie, mr. R.G. Kemmers en mr. L. van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. C.M. van Harten als griffier en is op 16 juli 2019 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.