ECLI:NL:GHAMS:2019:2414
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Römer
- A.M. van Amsterdam
- E. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken voordeel bij hennepteelt
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin de veroordeelde was veroordeeld voor medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en werd veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel.
In hoger beroep werd de ontnemingsvordering heroverwogen. Het hof stelde vast dat de ontnemingsrapportage ten onrechte uitging van drie eerdere oogsten, terwijl slechts één oogst aannemelijk was. De bruto-opbrengst van de hennep werd berekend op €6.020,11, waarvan na aftrek van kosten een voordeel van €5.527,85 resteerde.
Echter, de veroordeelde had geen concreet voordeel genoten omdat zij een bedrag van €2.739,25 aan stroomkosten had moeten betalen aan Liander wegens illegale stroomaftap. Het hof concludeerde daarom dat de veroordeelde per saldo geen voordeel had genoten en wees de vordering tot ontneming af.
Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de ontnemingsvordering af. De strafrechtelijke veroordeling voor medeplichtigheid aan overtreding van de Opiumwet blijft in stand.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens ontbreken van daadwerkelijk voordeel.