ECLI:NL:GHAMS:2019:2260
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag en beoordeling omgangs- en informatieregeling voor drie minderjarige kinderen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het ouderlijk gezag over haar drie kinderen beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) belastte met de voogdij over twee van hen. De kinderen zijn sinds 2016 onder toezicht gesteld en met spoed uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over hun veiligheid en welzijn.
Het hof overweegt dat de kinderen jarenlang getuige zijn geweest van huiselijk geweld en dat de moeder door detentie, persoonlijke problematiek en onvoldoende medewerking aan hulpverlening niet in staat is binnen een aanvaardbare termijn de zorg en opvoeding te dragen. De kinderen gedijen goed in hun pleeggezinnen en hebben recht op stabiliteit en duidelijkheid over hun toekomstperspectief.
De moeder verzocht subsidiair om een deskundigenonderzoek en om vaststelling van een omgangs- en informatieregeling. Het hof wijst deze verzoeken af omdat het belang van de kinderen bij continuïteit en stabiliteit zwaarder weegt dan het belang van de moeder. De huidige informatieregeling van zes keer per jaar wordt redelijk geacht en de omgangsregeling wordt nog onderzocht door de GI.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. De moeder behoudt het recht op informatie en contact met haar kinderen, maar het gezag wordt definitief beëindigd om rust en duidelijkheid te creëren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de kinderen en wijst haar verzoeken tot deskundigenonderzoek, omgangs- en informatieregeling af.