Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen een notaris wegens vermeend ernstig tekortschieten in diens taken en het niet naleven van zijn poortwachtersfunctie. De klacht werd door de kamer voor het notariaat ongegrond verklaard. Klager ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
De feiten betreffen een notariële volmacht en hypotheekakte die in december 2016 werden gepasseerd, waarbij klager onder dwang van zijn zoon zou hebben gehandeld en door zijn fysieke toestand niet in staat zou zijn geweest de gevolgen te overzien. De notaris stelde dat hij aan zijn zorgplicht had voldaan en dat klager de stukken had gelezen, begrepen en akkoord bevonden.
Het hof oordeelde dat niet is gebleken dat de notaris aanwijzingen had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van klager of dat er druk was uitgeoefend. Klager had de stukken ondertekend en de notaris had de documenten voldoende besproken. De klachten zijn daarom ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.
Uitkomst: De klachten tegen de notaris zijn ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.