Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het (verdere) geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
‘.. en voorbereidingen inzake rechtszaak’,kennelijk in het belang van [erfgenaam A] verricht. Beide nota’s kunnen derhalve niet als schulden van de nalatenschap ex artikel 4:7 BW Pro worden aangemerkt en niet ten laste van het saldo van de nalatenschap worden gebracht, aldus [erfgenaam B] .
“Voorbereidende werkzaamheden inzake boedelverdeling [erflaatster] en voorbereidingen inzake rechtszaak”is gedateerd op 1 mei 2014, derhalve kort nadat [X] aan [erfgenaam B] toezegde een opgave van het vermogen van de moeder te maken. Dat [erfgenaam B] [X] ook opdracht heeft gegeven voorbereidingen inzake een rechtszaak te maken, staat daarentegen niet vast. Daarom zal het hof bepalen dat de rekening van [X] van 1 mei 2014 in redelijkheid voor de helft, derhalve voor een bedrag van € 1.191,85 in mindering komt op het saldo van de nalatenschap.
“Voorschot inzake administratieve en financiële handelingen inzake Nalatenschap [erflaatster] ”dient naar het oordeel van het hof niet in mindering te komen op het saldo van de nalatenschap, nu [erfgenaam A] tegenover de gemotiveerde ontkenning door [erfgenaam B] onvoldoende heeft onderbouwd dat deze nota betrekking heeft op werkzaamheden die tevens ten behoeve van [erfgenaam B] zijn verricht.
“Bijgaand: concept schuldbekentenis. Als de inhoud naar wens is, zal ik de schuldbekentenis in drievoud opmaken. Laat me dan even weten waar de stukken getekend kunnen worden. Zoals gezegd heb ik het liefst dat [erfgenaam B] bij mij tekent, dan kan ik de handtekeningen legaliseren.”;
Ik weet nog”, schrijft [X] , “
dat zij( [X] bedoelt daarmee blijkens zijn verklaring de moeder en [erfgenaam A] )
hierover zeer onthutst waren en dat de bankpas onmiddellijk is geblokkeerd. Hierna stopten de overboekingen van de bankrekening van de moeder aan [erfgenaam B] en de grote contante geldopnames”.Bij productie 5 bij conclusie van antwoord in eerste aanleg zit een (door [X] opgesteld) overzicht van de door [erfgenaam A] in de memorie van grieven gestelde onrechtmatige onttrekkingen over de periode 16 december 2004 tot en met 5 december 2005. De optelsom eindigt op een bedrag van € 69.980,22.