ECLI:NL:GHAMS:2019:2153
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal autovelgen wegens onvoldoende bewijs aanwezigheid verdachte
De zaak betreft een hoger beroep tegen een veroordeling voor diefstal van 32 autovelgen met een totale waarde van circa 45.000 euro, gepleegd in de periode van 22 tot 23 juli 2018 te Aalsmeer. Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen de velgen van het terrein van een bedrijf te hebben weggenomen.
Tijdens de zitting kwam naar voren dat verdachte op 22 juli 2018 in de vroege ochtend met een busje op het terrein aanwezig was, maar dat de daadwerkelijke diefstal van de velgen plaatsvond in de vroege ochtend van 23 juli 2018. Op camerabeelden was een onbekende persoon te zien die velgen verplaatste, maar verdachte werd niet herkend op de beelden van de dag van de diefstal. De herkenning door politieambtenaren was ondeugdelijk en niet bruikbaar als bewijs.
Het hof oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte op het moment van de diefstal aanwezig was. Ook het feit dat een busje van hetzelfde type als dat van verdachte in de buurt werd gezien, was onvoldoende concrete aanwijzing. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de ten laste gelegde diefstal.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig was bevonden. Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.