Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
200.144.078/01:
1.HAVENMEESTER VIS BEHEER B.V.,
1.[B] ,
200.143.745/01:
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep vordert [B] een provisioneel voorschot van € 611.482,- van Havenmeester Vis c.s. voor de duur van het geding, voortvloeiend uit een eerdere hoofdzaak over garantieschending bij de verkoop van aandelen in Metalcorp Industries B.V.
Het hof verwijst naar eerdere tussenarresten waarin de omvang van de schade en bewijslevering zijn behandeld. Hoewel vaststaat dat Havenmeester Vis c.s. aansprakelijk zijn voor schadevergoeding, is de exacte omvang van de schade nog niet definitief vastgesteld. [B] stelt een spoedeisend belang bij het voorschot vanwege financieringsbehoefte van de procedure.
Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang onvoldoende is onderbouwd en dat het gevorderde bedrag niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Ook volgt niet uit eerdere arresten dat het gevorderde voorschotbedrag onvoorwaardelijk toekomt aan [B]. Daarom wordt de provisionele vordering afgewezen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De provisionele vordering tot betaling van een voorschot door Havenmeester Vis c.s. wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onzekerheid over het gevorderde bedrag.