ECLI:NL:GHAMS:2019:2121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens negeren gebiedsverbod in Amsterdam centrum
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk negeren van een gebiedsverbod in het centrum van Amsterdam, opgelegd door de burgemeester ter handhaving van de openbare orde. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter omdat het tot een iets andere bewezenverklaring komt, namelijk dat de verdachte zich op 18 augustus 2018 om 10.50 uur in het gebied bevond terwijl dit verboden was.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het gebiedsverbod heeft overtreden. Dit gebiedsverbod was gebaseerd op artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening en werd gehandhaafd door een ambtenaar met toezichtbevoegdheid. De overtreding is strafbaar gesteld onder artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Hoewel de ernst van het feit en eerdere veroordelingen van de verdachte in aanmerking zijn genomen, heeft het hof besloten geen straf of maatregel op te leggen. Dit vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een psychiatrische diagnose van schizofrenie, problematisch middelengebruik, instabiele leefsituatie en een gelijktijdig opgelegde voorwaardelijke straf in een andere zaak. Het hof acht het daarom raadzaam af te zien van strafoplegging.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 25 juni 2019.
Uitkomst: Verdachte schendt gebiedsverbod, maar krijgt geen straf vanwege persoonlijke omstandigheden en gelijktijdige voorwaardelijke straf.