ECLI:NL:GHAMS:2019:212

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 januari 2019
Publicatiedatum
30 januari 2019
Zaaknummer
23-001446-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Wet wapens en munitieArt. 52, vijfde lid Wet wapens en munitieArt. 422, tweede lid Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor voorhanden hebben van creditcardmes op luchthaven Schiphol

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en een nieuwe beslissing genomen over het bezit van een creditcardmes op luchthaven Schiphol op 23 januari 2018.

Het hof acht bewezen dat de verdachte het verboden wapen, een creditcardmes, voorhanden had op de luchthaven, wat strafbaar is volgens artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. De verdachte heeft verklaard niet de intentie te hebben gehad een strafbaar feit te plegen. Het hof heeft ook rekening gehouden met het feit dat de verdachte niet eerder met soortgelijke feiten in aanraking is gekomen.

Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van de verdachte, heeft het hof besloten geen straf of maatregel op te leggen. Daarmee wijkt het hof af van de eerdere geldboete en vervangende hechtenis opgelegd door de politierechter.

Uitkomst: Verdachte wordt strafvrijgesteld ondanks bewezen bezit van creditcardmes op luchthaven.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001446-18
datum uitspraak: 10 januari 2019
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-018304-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,
opgevende als postadres voor deze strafzaak[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 23 januari 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer aan boord van een luchtvaartuig of op een luchthaven, aangewezen krachtens artikel 52, vijfde lid Wet wapens en munitie, één of meer wapens van categorie I, onder 4, te weten een creditcard mes, voorhanden heeft gehad en/of in het bezit heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 23 januari 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer op een luchthaven, aangewezen krachtens artikel 52, vijfde lid Wet wapens en munitie, een wapen van categorie I, onder 4, te weten een creditcard mes, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 200,00, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 200,00, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep, gesteld voor de vraag of en zo ja, welke straf of maatregel aan de verdachte dient te worden opgelegd, gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een creditcard-mes op de luchthaven Schiphol, terwijl dit verboden is. Het hof begrijpt uit hetgeen de verdachte ter zitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht dat het niet haar bedoeling is geweest om een strafbaar feit te plegen; enkel het op Schiphol voorhanden hebben van een dergelijk voorwerp is echter volgens de wet al niet toegestaan. Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële documentatie van 27 december 2018 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten in aanraking met politie of justitie is gekomen. Dit weegt het hof in het voordeel van de verdachte.
Het hof acht het gelet op alle omstandigheden van het geval raadzaam te bepalen dat in verband met de omstandigheden waaronder het feit is begaan geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. C.N. Dalebout en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 januari 2019.
Mrs. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.