ECLI:NL:GHAMS:2019:1987
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrage verzorging en opvoeding minderjarige na wijziging arbeidsinkomen vader
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin zijn verzoek tot verlaging van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige zoon werd afgewezen.
De man was na beëindiging van zijn dienstverband bij een bedrijf zelfstandig adviseur geworden en ontving een startersuitkering. Hij stelde dat zijn gewijzigde financiële situatie een verlaging van de bijdrage rechtvaardigde. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man een verdiencapaciteit gelijk aan zijn eerdere loon moet worden toegerekend.
Het hof oordeelde dat de keuze van de man om als zelfstandig adviseur te starten begrijpelijk en niet onredelijk was. Het hof hield rekening met zijn startersuitkering en het vermogen dat hij kon inzetten ter aanvulling van zijn inkomen, waaronder een ontslagvergoeding die hij deels had opgesoupeerd voor noodzakelijke uitgaven. Gezien de financiële situatie en het vermogen van de man, en de toekomstige meerderjarigheid van de zoon, wees het hof het verzoek van de man af en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bestaande bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige zoon en wijst zijn verzoek tot verlaging af.