ECLI:NL:GHAMS:2019:1891
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van cocaïne zonder bijzondere omstandigheden
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor het invoeren van cocaïne. Verdachte voerde aan niet te weten dat er cocaïne in de geleende koffer zat, maar het hof achtte deze verklaring ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van verifieerbare gegevens over de eigenaar van de koffer.
Het hof stelde vast dat het uitgangspunt is dat een passagier bekend is met de inhoud van zijn bagage en daarvoor verantwoordelijk is. Bijzondere omstandigheden die hiervan afwijken, waren in deze zaak niet aanwezig. De verklaring van verdachte dat hij de koffer grondig had gecontroleerd, werd verworpen mede omdat de Koninklijke Marechaussee een chemische geur waarnam bij het openen van de koffer.
Daarnaast werd het onder verdachte in beslaggenomen geldbedrag deels verbeurd verklaard, omdat het hof aannam dat dit geld grotendeels was verkregen uit de drugshandel. De eerdere beslissing tot teruggave van € 50 werd vernietigd en het geldbedrag werd verbeurd verklaard. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter voor het overige.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van cocaïne en het geldbedrag van € 50 is verbeurd verklaard.