Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
- [adres 2];
- [adres 3];
- [adres 4];
- [adres 5].
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. Tijdens het onderzoek in hoger beroep is vastgesteld dat de dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep niet op de juiste wijze aan de verdachte is betekend. De dagvaarding was niet toegezonden aan het adres dat door de raadsman in eerste aanleg was opgegeven als woon- of verblijfplaats van de verdachte.
De raadsman gaf aan dat het opgegeven adres in België de feitelijke verblijfplaats van de verdachte betreft en dat er geen aanwijzingen zijn dat dit adres achterhaald is. Hierdoor moest dit adres worden beschouwd als de feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte. Omdat de dagvaarding niet aan dit adres was betekend, is de betekening niet rechtsgeldig.
De verdachte is niet verschenen op de terechtzitting in hoger beroep. Gezien de onjuiste betekening verklaart het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 februari 2019.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep wordt nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan de verdachte.