ECLI:NL:GHAMS:2019:167
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J. Kok
- H.A. van den Berg
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Verzoek grootmoeder tot omgang met kleinkinderen afgewezen wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De grootmoeder heeft in hoger beroep verzocht om een omgangsregeling met haar kleinkinderen op grond van artikel 1:377a BW. Zij stelde dat zij vanaf de geboorte nauw betrokken was bij de verzorging en opvoeding van de kinderen, onder meer door dagelijkse aanwezigheid en oppas. De ouders betwistten dit en stelden dat de contacten beperkt waren tot gebruikelijke familiebezoeken, zonder substantiële verzorging of structurele oppas.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde dat de kinderen gebaat zouden zijn bij onbelast contact, maar dat het opleggen van een omgangsregeling nu geen zin had vanwege de onderlinge conflicten. Het hof heeft op basis van de feiten en het dossier overwogen dat de grootmoeder weliswaar regelmatig aanwezig was, maar niet verantwoordelijk was voor de verzorging en dat er weinig zelfstandig contact was met de kinderen.
Het hof concludeerde dat de contacten niet verder gingen dan de gebruikelijke familiecontacten tussen grootmoeder en kleinkinderen en dat de grootmoeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de grootmoeder tot omgang met haar kleinkinderen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.