ECLI:NL:GHAMS:2019:1616
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in LVB-setting bevestigd
De minderjarige [A], geboren in 2004, staat sinds 2015 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) Jeugdbescherming Regio Amsterdam. Na eerdere machtigingen tot uithuisplaatsing werd op 10 april 2018 een machtiging verlengd tot 17 december 2018. De GI verzocht om verlenging tot 17 juni 2019. De moeder kwam in hoger beroep tegen deze verlenging en stelde dat de machtiging ongeldig was omdat de minderjarige niet binnen drie maanden na de eerste machtiging was geplaatst en dat de uithuisplaatsing inmiddels niet meer nodig was.
Het hof oordeelde dat de eerste machtiging inderdaad vervallen was omdat de minderjarige niet binnen drie maanden was geplaatst, maar dat de daaropvolgende machtiging van 10 april 2018 rechtsgeldig was en verlengd kon worden. Uit de stukken en het verhandelde bleek dat de minderjarige ernstige gedragsproblemen vertoont, mede veroorzaakt door een onveilige en onrustige thuissituatie met huiselijk geweld. De diagnostiek toonde cognitieve en sociaal-emotionele beperkingen aan, waardoor de minderjarige meer vrijheid wil dan zij aankan en hulp nodig heeft.
De GI en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden verlenging van de machtiging, omdat de minderjarige in een LVB-setting de noodzakelijke structuur en behandeling kan krijgen. De moeder had zich positief ingezet en hulp ontvangen, maar het hof vond dat dit onvoldoende was om de ontwikkeling van de minderjarige thuis te waarborgen. Het hof bekrachtigde daarom de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 17 juni 2019, omdat dit in het belang van de minderjarige is.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 17 juni 2019 wordt bekrachtigd.