ECLI:NL:GHAMS:2019:14
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Matiging van contractuele boete wegens overtreding non-concurrentiebeding bij overname restaurant
In deze civiele zaak ging het om een geschil tussen partijen over de naleving van een non-concurrentiebeding in een koopovereenkomst voor de overname van een restaurant. De appellant vorderde een boete wegens overtreding van dit beding door de geïntimeerde die een concurrerend restaurant exploiteerde binnen de afgesproken afstand en periode.
Het hof heeft het standpunt van de geïntimeerde geïnterpreteerd als een beroep op matiging van de boete op grond van artikel 6:94 lid 1 BW Pro. Na beoordeling van de omstandigheden, waaronder het feit dat het beding door de geïntimeerde niet zelf was opgesteld, het ontbreken van onderhandelingen over het beding, en de afstand tussen de restaurants, oordeelde het hof dat de boete buitensporig was.
Het hof matigde de boete tot €50.000 en veroordeelde de geïntimeerde tot staking van het gebruik van de naam van het restaurant in Amsterdam-Oost, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. De vordering tot betaling van de boete werd deels toegewezen en het meer gevorderde afgewezen.
Uitkomst: Boete wegens overtreding non-concurrentiebeding gematigd tot €50.000 en staking gebruik naam restaurant opgelegd.