Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Duur en omvang van de plaatsingsovereenkomst
Plaatsing
1. De deelnemer is gehouden aan de verplichtingen voortvloeiend uit de Wet
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van een werkloze deelnemer aan een participatietraject vanuit de Participatiewet tegen de gemeente Amsterdam. De deelnemer vorderde loonbetaling over de periode dat zij werkzaamheden verrichtte bij de gemeente, stellende dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. Het hof stelde vast dat de deelnemer sinds 2012 een IOAW-uitkering ontving en dat zij in het kader van haar arbeidsinschakeling via een plaatsingsovereenkomst werkzaamheden verrichtte.
De rechter oordeelde dat de plaatsing in het participatietraject een publiekrechtelijke voorziening is en dat de wetgever niet heeft beoogd dat een dergelijke participatieplaats als arbeidsovereenkomst wordt aangemerkt. De feitelijke uitvoering en de maatschappelijke positie van de deelnemer, evenals het ontbreken van loonbetaling en het behoud van de uitkering, wezen niet op een arbeidsovereenkomst.
De vorderingen van de deelnemer werden afgewezen, ook het beroep op het rechtsbeginsel van gelijke beloning voor gelijke arbeid faalde omdat de werkzaamheden niet gelijk waren aan die van betaalde collega’s. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de deelnemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen arbeidsovereenkomst bestond en wijst de loonvorderingen af.