Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
bewijsmiddel, te weten
De verklaring van de verdachte ter terechtzittingvervangt door de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte, inhoudende:
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte werd veroordeeld voor het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee in de periode van februari 2015 tot januari 2016.
De verdachte had drie keer afgesproken met de minderjarige en betaalde voor ontuchtige handelingen. Hij kwam via een internetadres met haar in contact en had niet naar haar leeftijd gevraagd. Het hof benadrukte dat het strafbaar is seks te hebben met een minderjarige prostituee volgens artikel 248b Sr, waarbij de bescherming van minderjarigen centraal staat.
Hoewel de verdachte stelde niet te weten dat het slachtoffer minderjarig was, oordeelde het hof dat hij zich had moeten vergewissen van haar leeftijd. De rechtbank had een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, een straf die het hof passend achtte gezien de ernst van het feit, het ontbreken van eerdere veroordelingen en het lage recidiverisico. Ook hield het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en bevestigde het vonnis.
Uitkomst: Gevangenisstraf van drie maanden bevestigd voor gebruik maken van diensten minderjarige prostituee.