Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Standpunt van klager
5.Standpunt van de kandidaat-notaris
[mr. X] zodat hij niet langer toegang heeft tot dit dossier.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen een kandidaat-notaris vanwege vermeend onzorgvuldig handelen bij de passering van een leveringsakte en het nalaten van adequaat advies over een schenking of lening tussen klager en zijn ex-partner.
De klacht werd door de kamer voor het notariaat ongegrond verklaard, waarna klager in hoger beroep ging. Het hof onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van de klacht, met name de toepassing van de vervaltermijn van artikel 99 lid 21 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna).
De feiten betroffen een samenlevingscontract en een geschil over een bedrag van € 50.000,- dat klager van zijn ex-partner zou hebben gekregen dan wel geleend. Klager was al in 2013 op de hoogte van het handelen van de notaris, terwijl de klacht pas in 2018 werd ingediend, ruim na de driejaarstermijn.
Het hof oordeelde dat de gevolgen van het handelen van de notaris niet pas na het verstrijken van de termijn bekend werden en dat het geschil en de uitkomst daarvan niet aan het handelen van de notaris kunnen worden toegerekend. Daarom verklaarde het hof de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de vervaltermijn.
Uitkomst: De klacht tegen de kandidaat-notaris is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de vervaltermijn.