ECLI:NL:GHAMS:2019:107
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beperking omgangsregeling na gezagsbeëindiging en raadsonderzoek bevolen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking die haar verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling met haar minderjarige kind na gezagsbeëindiging afwees. De minderjarige verblijft sinds 2014 in een pleeggezin en het gezag van de moeder is in 2017 beëindigd, waarna de gecertificeerde instelling (GI) met voogdij werd belast.
De omgangsregeling was sinds 2017 sterk beperkt tot één uur per acht weken op neutraal terrein. De moeder verzocht om een uitbreiding van de omgang, inclusief bezoeken bij het pleeggezin en bij haar thuis, en om een informatieplicht voor de GI. De GI stelde dat de omgang vooral gericht is op het vasthouden van de relatie en dat een hogere frequentie nadelig zou zijn voor het kind, dat spanning en gedragsproblemen vertoont na de bezoeken.
Het hof oordeelt dat de GI onvoldoende concrete, objectieve informatie heeft geleverd om een verdere beperking van de omgang te rechtvaardigen en dat niet is aangetoond dat een hogere frequentie ernstig nadeel oplevert. Het hof stelt een informatieplicht vast zodat de moeder regelmatig wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van het kind. Tevens gelast het hof een raadsonderzoek naar de mogelijkheden voor een uitgebreidere omgangsregeling die in het belang van het kind is. De behandeling wordt pro forma aangehouden tot ontvangst van het rapport.
Uitkomst: Het hof stelt een informatieplicht vast en gelast een raadsonderzoek naar uitbreiding van de omgangsregeling, waarbij de behandeling wordt aangehouden.