ECLI:NL:GHAMS:2019:1025
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzondere curator wegens onderbelichte stem minderjarige in gezagszaak
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de beëindiging van het gezag van de moeder en (stief)vader over de minderjarige, en subsidiair een ondertoezichtstelling. De rechtbank wees deze verzoeken af. In hoger beroep betoogde de raad dat het gezag beëindigd moest worden vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en gebrek aan medewerking van de ouders.
De moeder en (stief)vader stelden dat de situatie verbeterd was, dat er geen kindsignalen waren en dat de verzoeken ongegrond waren. Het hof oordeelde dat het procesdossier van de raad niet volledig was, maar dat dit geen niet-ontvankelijkheid tot gevolg had. Het hof constateerde dat de stem van de minderjarige onvoldoende was gehoord en benoemde daarom een bijzondere curator om haar belangen te behartigen.
De bijzondere curator krijgt de opdracht om binnen drie maanden verslag uit te brengen over de situatie van de minderjarige en de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel. De behandeling van de zaak wordt aangehouden tot minimaal 30 juni 2019. De bijzondere curator kan gesprekken voeren met de minderjarige, en zo nodig met de ouders en school. De ouders dienen medewerking te verlenen.
Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator voor de minderjarige en houdt verdere beslissing aan tot ontvangst van het verslag.