ECLI:NL:GHAMS:2018:75
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- T.A.M. Tijhuis
- A.V.T. de Bie
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks bezwaren moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van haar minderjarige dochter. De moeder betwistte de noodzaak van uithuisplaatsing en stelde dat de hulpverlening in de thuissituatie onvoldoende was benut. Zij voerde aan dat zij bereid was tot medewerking en dat de minderjarige door de uithuisplaatsing onnodig moest verhuizen en van school veranderen.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de moeder onvoldoende emotioneel beschikbaar is voor de minderjarige en dat er sprake is van een patroon van problematische interactie. De minderjarige heeft diverse psychische problemen en traumaklachten waarvoor behandeling noodzakelijk is. De GI benadrukte dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is voor haar verzorging en opvoeding.
Het hof oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige en dat de moeder onvoldoende aan haar eigen problematiek werkt. Het vervolgtraject met plaatsing in een passend gezinshuis is voldoende duidelijk. De omstandigheid dat de minderjarige midden in het schooljaar moet wisselen van school weegt niet op tegen het veiligheidsrisico van thuisplaatsing. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen wegens ontbreken van een belangenconflict.
De bestreden beschikkingen worden bekrachtigd en het beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af.