Uitspraak
mr. M.P.V. den Engelsmante Rotterdam,
mr. R.H.M.M. Tiemissente `s-Hertogenbosch.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond centraal of appellante hoofdelijk aansprakelijk was voor een schuld uit een doorlopend kredietovereenkomst die tijdens haar huwelijk met haar ex-echtgenoot was afgesloten. Appellante betwistte dat zij de kredietovereenkomst had ondertekend en stelde dat haar handtekening was vervalst door haar ex-echtgenoot.
Het hof benoemde een deskundige die een schriftelijk onderzoek verrichtte naar de authenticiteit van de handtekening. Uit het deskundigenrapport bleek dat de betwiste handtekening niet als authentiek kon worden aangemerkt. De bank voerde aan dat het vergelijkingsmateriaal niet authentiek was, maar het hof verwierp dit omdat het vergelijkingsmateriaal representatief en voldoende was.
Vervolgens oordeelde het hof dat appellante geen contractspartij was bij de kredietovereenkomst. Op grond van artikel 1:102 BW Pro kan de bank zich in dat geval slechts verhalen op hetgeen appellante uit de verdeling van de gemeenschap met haar ex-echtgenoot heeft verkregen, tenzij de schuld was aangegaan voor de gewone gang van de huishouding. Het hof stelde vast dat de schuld niet voor de gewone gang van de huishouding was aangegaan.
Daarom vernietigde het hof het vonnis in zoverre appellante hoofdelijk aansprakelijk werd gehouden en beperkte het verhaal van de bank tot haar aandeel in de gemeenschap. De bank werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel gevorderde bedragen en tot betaling van proceskosten en kosten van het deskundigenonderzoek.
Uitkomst: De bank kan zich slechts verhalen op hetgeen appellante uit de gemeenschap met haar ex-echtgenoot heeft verkregen wegens vervalste handtekening.