ECLI:NL:GHAMS:2018:624
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis
De verdachte was in voorlopige hechtenis en had bij de rechtbank Amsterdam verzocht om schorsing of opheffing daarvan. Dit verzoek werd op 24 januari 2018 afgewezen. Tegen deze beslissing stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte met zijn raadsman. Volgens artikel 87, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering kan een verdachte slechts eenmaal in hoger beroep tegen een afwijzing van een verzoek tot schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis komen. Hoewel artikel 406, tweede lid Sv in uitzonderlijke gevallen hoger beroep toestaat nadat het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen, is het niet de bedoeling dat dit leidt tot nieuwe beroepsmogelijkheden.
Omdat het hof reeds op 29 november 2017 had beslist op een eerder hoger beroep van de verdachte tegen een soortgelijk verzoek, oordeelde het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het huidige hoger beroep. De beschikking werd op 21 februari 2018 gegeven door de raadkamer van het hof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis.