ECLI:NL:GHAMS:2018:622
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing en opheffing voorlopige hechtenis verdachte
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het verzoek van de verdachte tot schorsing en opheffing van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte verbleef in de PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel en was in voorlopige hechtenis gesteld op grond van ernstige bezwaren tegen hem.
Tijdens de raadkamerzitting op 21 februari 2018 werden de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman gehoord. De raadsman voerde aan dat de verdachte waarschijnlijk zijn straf zou hebben uitgezeten tegen de tijd van de inhoudelijke behandeling bij het hof, en dat hij vrijspraak zou bepleiten voor één van de feiten met een lagere straf dan door de rechtbank was opgelegd.
Het hof oordeelde dat er voor beide feiten voldoende ernstige bezwaren aanwezig zijn en dat de situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering, niet aan de orde is. Tevens werd geoordeeld dat het vluchtgevaar onvoldoende kan worden beperkt door het opleggen van schorsingsvoorwaarden. Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing en opheffing van de voorlopige hechtenis af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing en opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte af.