De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van mishandeling door het spuiten van traangas in het gezicht van het slachtoffer. In hoger beroep stelde de verdediging een beroep op noodweer, stellende dat de verdachte zich moest verdedigen tegen een dreigende aanval van het slachtoffer. Het hof oordeelde echter dat de bewijsmiddelen deze situatie niet ondersteunen en verwierp het noodweerverweer.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer mishandelde door traangas in diens gezicht te spuiten op 5 augustus 2017 te Amsterdam. De strafbaarheid van het feit en de verdachte werd bevestigd. De rechtbank had een voorwaardelijke taakstraf opgelegd, maar het hof bepaalde een geldboete van €500, subsidiair 10 dagen hechtenis passend en geboden.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd, en de persoon van de verdachte, waaronder zijn deelname aan de aanpak Top 400 en positieve ontwikkelingen sinds het delict. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het beroep op noodweer werd verworpen en de verdachte werd veroordeeld tot de opgelegde straf.