In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en een nieuwe beslissing genomen. De verdachte werd vrijgesproken van de diefstal bij de tweede winkel omdat het bewijs onvoldoende was, met name door het ontbreken van camerabeelden en tegenstrijdige verklaringen.
Wel acht het hof bewezen dat de verdachte samen met een ander op 28 juni 2017 te Heerhugowaard parfums heeft weggenomen uit de eerste winkel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verdachte werd hiervoor veroordeeld wegens diefstal door vereniging.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de recidive van de verdachte, die meerdere eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten had. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van de verdachte legde het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar op, samen met een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Het hof heeft tevens bepaald dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de taakstraf. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 augustus 2018.