ECLI:NL:GHAMS:2018:5045
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor aanwezigheid cocaïne
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter werd verdachte beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 7,1 gram cocaïne op Schiphol. De rechtbank had een strafbeschikking uitgevaardigd, maar het hof vernietigde dit vonnis omdat het slechts een aantekening betrof.
De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte vorderden beiden vrijspraak. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de stof daadwerkelijk cocaïne was. Hoewel een laboratoriumtest niet altijd vereist is, ontbrak in deze zaak een indicatieve test door de politie, waardoor het bewijs ontoereikend was.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Tevens werd de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 december 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat het aangetroffen materiaal cocaïne bevatte.