ECLI:NL:GHAMS:2018:4861
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- H.A. van den Berg
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek moeder met minderjarige na gezagsbeëindiging
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met haar minderjarige kind werd afgewezen. De moeder was ontheven van het gezag en het kind verblijft sinds 2012 bij pleegouders onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI).
De moeder betwistte de diagnose reactieve hechtingsstoornis en PTSS bij het kind en stelde dat er geen gedegen onderzoek had plaatsgevonden. De GI stelde dat er wel degelijk een uitgebreid diagnostiektraject en behandeling was geweest, waarbij het kind nog niet stabiel genoeg is voor traumatherapie en omgang met de moeder.
De pleegouders bevestigden dat het kind na omgangsmomenten met de moeder terugval vertoonde in gedrag en spanning ervaart bij het bespreken van de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de bestreden beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat omgang met de moeder op dit moment ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke ontwikkeling van het kind, gelet op de diagnose en gedragsproblemen na contactmomenten. Het hof bekrachtigde de beschikking en wees het verzoek van de moeder af, met het oog op het belang van het kind en de noodzaak dat de moeder het pleeggezin accepteert.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot omgang met haar minderjarige kind af wegens ernstig nadeel voor de geestelijke ontwikkeling van het kind.