ECLI:NL:GHAMS:2018:4855
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en onderscheid verblijfskosten en verblijfsoverstijgende kosten
Het hoger beroep betreft een geschil over de vaststelling van kinderalimentatie na ontbinding van het huwelijk van partijen. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen werd vastgesteld. Het hof beoordeelde de gewijzigde omstandigheden, waaronder de uithuisplaatsing van een van de kinderen en de gewijzigde verblijfplaats van de kinderen, en stelde vast dat de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten droeg en de man de verblijfskosten wanneer het kind bij hem verbleef.
De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €166 per kind per maand, en de draagkracht van partijen werd berekend op basis van hun netto besteedbaar inkomen in het jaar voorafgaand aan de echtscheiding. Het hof hanteerde een zorgkorting van 15% vanwege de zorgregeling en bepaalde dat de man vanaf 13 december 2017 een bijdrage van €37 per maand voor het jongste kind moet betalen, vanaf 1 maart 2018 €37 per kind voor beide kinderen, en vanaf 1 mei 2018 geen bijdrage meer.
Het hof hield rekening met de reeds door de man betaalde bedragen en bepaalde dat de bijdrage niet hoger wordt dan het reeds betaalde. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 13 december 2017 een aangepaste kinderalimentatie betalen met een bijdrage van €37 per maand voor het jongste kind, vanaf 1 maart 2018 €37 per kind voor beide kinderen, en vanaf 1 mei 2018 geen bijdrage meer.