Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.Beslissing
- in de zomervakantie van 2019 drie weken gedurende de bouwvak bij de man, in de zomervakantie van 2020 gedurende de eerste drie weken bij de vrouw, in de zomervakantie van 2021 drie weken gedurende de bouwvak bij de man, in de zomervakantie van 2022 gedurende de laatste drie weken bij de vrouw, waarbij de verdeling van de zomervakantie in de daaropvolgende jaren zal plaatsvinden overeenkomstig bovenstaande verdeling over de jaren 2019 tot en met 2022;
- om het jaar de gehele meivakantie - ongeacht de duur van deze vakantie - afwisselend bij partijen, waarbij zij om te beginnen in 2019 gedurende de gehele meivakantie bij de man verblijven;
- de gehele voorjaarsvakantie en de gehele herfstvakantie van één jaar bij die ouder, waarbij zij niet in de meivakantie van dat jaar verblijven. De kinderen verblijven om te beginnen in 2019 de gehele voorjaarsvakantie en de gehele herfstvakantie bij de vrouw.