ECLI:NL:GHAMS:2018:4781
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake procesorde en kostenverdeling in civiele procedure
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het tussenarrest van 10 oktober 2017 voortgezet en geoordeeld dat het Haagse hof terecht terugkwam op een litigieuze rolbeslissing waarbij een akte van niet-dienen werd verleend. Dit omdat de kennisgevingen aan de advocaat van appellante niet op de vereiste wijze waren gedaan, waardoor haar de mogelijkheid ontnomen werd om haar grieven in te dienen.
Het hof concludeerde dat de informatie over het kantooradres van de advocaat van appellante onjuist was gebruikt door geïntimeerde, en dat van haar mocht worden verlangd dat zij de juistheid daarvan controleerde. Hierdoor was er voldoende grond om terug te komen op de eerdere rolbeslissing en appellante alsnog in de gelegenheid te stellen een memorie van grieven te nemen.
Verder werden diverse vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage vernietigd en opnieuw beoordeeld. Geïntimeerde werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van €606.000,- vermeerderd met wettelijke rente, terwijl een vordering van €50.000,- van geïntimeerde tegen appellante werd afgewezen. Het hof wees ook de proceskosten toe en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof kwam terug op de rolbeslissing, vernietigde en bekrachtigde diverse vonnissen en wees de proceskosten toe na verwijzing.