Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
grief 2slaagt. De vorderingen van AFR zullen worden toegewezen. Bij die stand van zaken behoeft
grief 3geen behandeling.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of AFR gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [X jr.] namens NM, en of de facturen terecht aan NM waren gericht. Het hof bevestigde het eerdere oordeel dat AFR mocht vertrouwen op de volmacht van NM via [X jr.], tenzij NM het tegendeel aannemelijk kon maken.
NM stelde dat AFR wist dat zij met een andere entiteit contracteerde, namelijk [X] Asbestverwijdering, en niet met NM. Het hof oordeelde echter dat NM dit niet aannemelijk had gemaakt. Diverse e-mails en facturen toonden aan dat AFR in de veronderstelling verkeerde dat zij met NM contracteerde, mede door interne communicatie en het intrekken van het procescertificaat asbestverwijdering.
Verder stelde het hof dat het niet tijdig bereiken van facturen aan NM haar eigen risico was, en dat de verklaringen in de facturen hun werking behielden. De vorderingen van AFR werden daarom toegewezen, inclusief hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde NM tot betaling en kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof veroordeelt NM tot betaling van €30.539,84 plus rente en kosten, en vernietigt het vonnis van de rechtbank.