Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen drie gerechtsdeurwaarders wegens het niet beantwoorden van concrete vragen, het onjuist betekenen van een vonnis en het blijven dreigen met gerechtelijke tenuitvoerlegging, ondanks een onderlinge afspraak over geschilbeslechting via de Geschillencommissie Advocatuur.
De gerechtsdeurwaarders voerden aan dat zij adequaat hadden gereageerd en dat de betekening van het vonnis rechtmatig was, aangezien zij niet op de hoogte waren van de akte van compromis ten tijde van de betekening. Het hof stelde vast dat de gerechtsdeurwaarders wel degelijk inhoudelijk hadden gereageerd binnen redelijke termijnen en dat de betekening zorgvuldig en conform opdracht had plaatsgevonden.
Daarnaast oordeelde het hof dat het kantoor van de gerechtsdeurwaarders niet tuchtrechtelijk verwijtbaar was voor het niet wijzen op het leerstuk van misbruik van recht richting hun opdrachtgever, een advocatenkantoor.
Het hof bevestigde de eerdere beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders dat de klachten ongegrond zijn, en wees alle klachtonderdelen af.
De uitspraak werd gedaan door de rolraadsheer namens het hof op 18 december 2018.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van de klacht tegen de gerechtsdeurwaarders.