ECLI:NL:GHAMS:2018:463

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 januari 2018
Publicatiedatum
14 februari 2018
Zaaknummer
200.189.563/01 OK en 200.189.563/02 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:349a lid 2 BWArt. 2:350 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteprocedure en minnelijke regeling bij splitsing besloten vennootschappen

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een enquêteprocedure gericht op het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschappen [A] en [C] over de periode van 1 januari 2013 tot 13 juli 2016. Tijdens eerdere beschikkingen waren bestuurders geschorst en waren tijdelijke bestuurders benoemd, met overdracht van aandelenbeheer.

Op 22 januari 2018 berichtten partijen dat zij een minnelijke regeling hadden bereikt. Deze regeling voorziet in een juridische splitsing van de vennootschappen [A] en [C], waarbij beide vennootschappen zullen verdwijnen. Onderdelen van de onderneming zullen overgaan op andere entiteiten onder algemene titel. Partijen verzochten de Ondernemingskamer de enquêteprocedure en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen per het moment vlak voor het passeren van de splitsingsakte.

De Ondernemingskamer oordeelde dat geen belang zich tegen beëindiging verzette en stemde in met het verzoek. De beschikking beëindigt het onderzoek en de voorzieningen per het ondeelbare moment onmiddellijk voorafgaand aan het passeren van de splitsingsakte, welke gepland staat op 30 januari 2018. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd uitgesproken tijdens de zitting van 29 januari 2018.

Uitkomst: De Ondernemingskamer beëindigt het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen per het moment vlak voor het passeren van de splitsingsakte.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.189.563/01 en 200.189.563/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 29 januari 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. M.W.E. Eversen
mr. J.A.I. Verheul, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. W.M. Schonewilleen
mr. D.C. Buijs, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WILDENBORGH B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. W.M. Schonewilleen
mr. D.C. Buijs, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
alsmede inzake
[B],
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaten:
mr. M.W.E. Eversen
mr. J.A.I. Verheul, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C],
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. W.M. Schonewilleen
mr. D.C. Buijs, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
[D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. W.M. Schonewilleen
mr. D.C. Buijs, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zullen partijen en belanghebbenden respectievelijk worden aangeduid als [A] , Wildenborgh, [B] , [C] en [D] .
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 13 en 22 juli 2016 en 8 augustus 2016 in deze zaak.
1.3
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [A] en [C] over de periode vanaf 1 januari 2013 tot 13 juli 2016, mr. G.C. Endedijk benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding, [D] en [B] als bestuurder van [A] en [C] geschorst, drs. D.G. Vierstra tot bestuurder van [A] benoemd, mr. J.R. Berkenbosch tot bestuurder van [C] benoemd en bepaald dat de aandelen in het kapitaal van [C] – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer zijn overgedragen aan deze bestuurder van [C] .
1.4
Bij brief van 22 januari 2018 heeft mr. Evers namens [A] en [B] bericht dat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt en verzocht om de enquêteprocedure te beëindigen. Bij brief van 22 januari 2018 heeft mr. Buijs namens [A] , Wildenborgh, [C] en [D] bevestigd dat zij instemmen met het verzoek van mr. Evers. Bij brief van 25 januari 2018 hebben Endedijk, Berkenbosch en Vierstra laten weten dat ook zij instemmen met beëindiging van de enquêteprocedure en dat zij voor hun werkzaamheden de in rekening gebrachte vergoedingen hebben ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De tussen partijen tot stand gekomen minnelijke regeling houdt in dat [C] en [A] juridisch zullen worden gesplitst, waarbij die vennootschappen zullen verdwijnen. Een deel van de onderneming zal onder algemene titel overgaan op [E] en een deel van de onderneming zal onder algemene titel overgaan op [F] Partijen beogen dat de beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen plaatsvindt per het ondeelbare moment onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de notaris de splitsingsakte ten aanzien van [C] passeert, teneinde te waarborgen dat zolang partijen niet uit elkaar zijn, de huidige status quo gehandhaafd blijft. Daarom hebben partijen de Ondernemingskamer verzocht om het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen per het ondeelbare moment onmiddellijk voorafgaand aan het passeren door de notaris van de splitsingsakte betreffende [C] . Partijen beogen dat die splitsingsakte op 30 januari 2018 wordt gepasseerd.
2.2
Nu alle bij deze zaak betrokken partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en op die grond beëindiging per het hiervoor beschreven tijdstip wensen van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen, en de Ondernemingskamer ook overigens niet is gebleken van enig belang dat zich daartegen verzet, zal de Ondernemingskamer dat verzoek inwilligen als hierna volgt.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt het bij de beschikking van 13 juli 2016 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [A] en [C] , per het ondeelbare moment onmiddellijk voorafgaand aan het passeren door de notaris van de splitsingsakte betreffende [C] ;
beëindigt de bij de beschikking van 13 juli 2016 getroffen onmiddellijke voorzieningen, per het ondeelbare moment onmiddellijk voorafgaand aan het passeren door de notaris van de splitsingsakte betreffende [C] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 29 januari 2018.