Het gerechtshof Amsterdam heeft bij beschikking van 11 december 2018 het ontslag op staande voet van [appellant] door Dräger Nederland B.V. vernietigd. De zaak betrof een werknemer die op 17 maart 2016 dronken op het werk verscheen, waarna hij direct werd ontslagen. Het hof oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag, mede omdat Dräger geen hoor en wederhoor toepaste en geen hulpplan aanbood ondanks het bekende alcoholprobleem van de werknemer.
De feiten omvatten dat [appellant] sinds 1991 bij Dräger werkte en al sinds 2015 een schriftelijk alcohol- en drugsbeleid van kracht was. Na een eerdere waarschuwing in 2015 en een val waarbij alcohol werd vermoed, werd [appellant] op 17 maart 2016 met een promillage van 3,52 getest en ontslagen. Het hof stelde vast dat [appellant] een structureel alcoholprobleem had en reeds hulp zocht bij gespecialiseerde instellingen.
Het hof benadrukte dat Dräger had moeten onderzoeken of een hulpplan noodzakelijk was en dat het ontslag zonder hoor en wederhoor onrechtmatig was. Het herstel van de arbeidsovereenkomst werd bevolen met terugwerkende kracht tot 17 maart 2016. Tevens werd Dräger veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het verzoek om loonbetaling werd afgewezen omdat dit pas na herstel van de arbeidsovereenkomst kan worden gevorderd.