Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam van 18 april 2018, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van het slachtoffer op 29 augustus 2017. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer meermalen in het gezicht heeft geslagen, maar sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
De rechtbank had een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis opgelegd. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een geldboete van €750,-, waarvan €250,- voorwaardelijk, gevorderd. Het hof heeft de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte meegewogen.
Gelet op de ernst van de mishandeling, het feit dat verdachte een ruzie met geweld probeerde op te lossen en de goede verstandhouding tussen verdachte en slachtoffer, heeft het hof een geheel voorwaardelijke geldboete van €750,- opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Het vonnis van de politierechter is vernietigd en het hof heeft opnieuw recht gedaan.