ECLI:NL:GHAMS:2018:4456
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van gronden in partneralimentatiezaak
In deze civiele zaak betreffende partneralimentatie kwam de man in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin een partnerbijdrage was vastgesteld. Het hof beoordeelde of het hoger beroep ontvankelijk was, aangezien het beroepschrift geen gronden bevatte waarop het beroep was gebaseerd.
De man stelde dat zijn advocaat ten tijde van het indienen van het beroepschrift niet beschikte over het procesdossier, waardoor gronden niet konden worden aangevoerd. Ook wees hij op bijzondere omstandigheden, waaronder zijn verblijf in Turkije en het niet tijdig kunnen vinden van een nieuwe advocaat.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van gronden in het beroepschrift niet voldoet aan de wettelijke vereisten en dat geen uitzonderingssituatie van toepassing was. De advocaat beschikte immers over de beschikking en had contact met de man. Daarom werd het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard. De man werd tevens veroordeeld in de proceskosten van de vrouw.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.