ECLI:NL:GHAMS:2018:4379
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand bij sepot strafzaak zonder matiging reistijd advocaat
Appellant heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die is geëindigd in sepot. De rechtbank Noord-Holland had het verzoek deels toegewezen maar de reistijd van de advocaat gematigd wegens de afstand tussen de woonplaats van appellant en de vestigingsplaats van de advocaat.
Het hof stelt vast dat appellant niet in de gelegenheid is gesteld zijn verzoek toe te lichten tijdens de raadkamerzitting, wat volgens het procesreglement wel had moeten gebeuren. Het hof overweegt dat de afstand tussen Haarlem en Den Haag geen reden is om de reistijd te matigen, zeker niet zonder nadere motivering van appellant.
Verder oordeelt het hof dat de kosten voor rechtsbijstand bij het doen van een tegenaangifte als onderdeel van de verdedigingsstrategie moeten worden beschouwd en toewijst. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het volledige verzoek tot vergoeding van € 2.496,87 toe.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand toe zonder matiging van de reistijd en kent een vergoeding van € 2.496,87 toe.